Geavanceerde mdo-ondersteuning

 Het multidisciplinair overleg, kortweg het mdo, is niet meer weg te denken uit de wereld van de zorg. Een team zorgprofessionals kijkt in het mdo samen naar het vaak complexe ziektebeeld van een patiënt. Elk vanuit het eigen specialisme. Om zo tot het beste behandelplan te komen. Ondanks de snel voortschrijdende ontwikkelingen is digitale ondersteuning voor mdo’s die verder reiken dan de ziekenhuismuren een must, maar helaas nog geen vanzelfsprekendheid. 

“Die digitale ondersteuning kan een online applicatie zijn, een digitaal portaal of platform, je kan er allerlei namen aan geven”, vertelt Rob van Boxtel, manager zorgeenheid oncologie  bij het Medisch Centrum Leeuwarden. Voor de oncologische zorg in Friesland werken we bijvoorbeeld met een applicatie ontwikkeld door het Radiotherapeutisch Instituut Friesland. En zo zijn er veel meer applicaties waarmee mdo’s ondersteund worden.” 


Geavanceerde tool
“In Noord-Nederland is vanuit de zorgprofessionals de wens geuit voor een geavanceerde ondersteuningstool voor deze gezamenlijke overleggen”, gaat Rob verder. “De applicaties die er nu zijn, zijn in de meeste gevallen lokaal ontwikkeld. Als zorgregio willen we toe naar een applicatie waarmee alle ziekenhuizen kunnen werken, zodat iedereen naar dezelfde beelden en gegevenssets kijkt, via een beveiligde verbinding.” 

 Grootste winst
“Door de samenwerking op informatieniveau vanuit medisch perspectief, zoals we die nu hebben met RIVO-Noord, komen de vragen en wensen gezamenlijk op tafel. En kunnen we hier dus ook in gezamenlijkheid naar kijken. We onderzoeken nu, samen met het Citrienfonds, de mogelijkheid voor een nieuw en geavanceerd mdo-portaal. Waarbij de eerstvolgende stappen het selecteren van een leverancier en een pilot-patiëntengroep zijn. En daarbij worden uiteraard ook de haalbaarheid, schaalbaarheid en financierbaarheid  in kaart gebracht. Dat we dit niet voor één zorgpad, één ziekenhuis of één provincie doen, maar voor onze gehele zorgregio, is mijns inziens de grootste winst van dit samenwerkingsinitiatief. Samen komen we verder”.